Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

io8o E. J. T. a THUESSINK, GENEES- t

hier altyd opwekkende en prikkelende diureika te bezigen , dewyl meest altoos een gebrek aan veerkragc der vaten deze ziekte vergezek — Daar de uitwaasfeming belet zynde , de natuur altyd dit gebrek door eene ruime pislozing zoekt te vergoeden , zyn de diureika nuttig in alle dié gebreken, waarin een gebrek aan behoorlyke uitwaasfeming plaats heefc; hierom kan men dezelve mee vrugt toedienen in alle zogenaamde zinkingaarcige ziekten, verkouwdheid, catarrhale koortien, enz.; wanneer zy niec alleen hec water bevorderen, maar ook dikwyls onder een behoorlyken leefregel de belette uitwaa&feming herftelien, dewyl alle de diureika onder een zekere bepaling een zweeidryvende kragt bezitten. De Ichcurbuik der zeelieden word dikwyls uit een belette uitwaasfeming geboren, hierdoor worden veele ftoffen in de masfa der vogten opgehouden, welke door een gepasc gebmik der diureika uic het lighaam geloosd worden, en hierin beftaat mogelyk veelal hec nuc der plantte tetradynamia of antifoor kit ka , die wy ce voren behandeld hebben, en welke roet het grootfte regt, voornamelyk tegens deze ziekte zyn voorgefchreeven. — In fteen, graveel, en verfchillende ongemakken der blaas en nieren, is hec zekerlyk een allernoodwendigfte zaak, een vrijen loop des waters te bevorderen: diureika komen hier . dus zeker te ftade, dan men zoude zekerlyk kvvalyk doen, hier prikkelende

Sluiten