Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

no6 E. J. T. a TH'JESSINK, GENEES-

gezonde menfchen in een vat laat ftaan , vormr 'er zig een fteenagtige korst op den bodem en* aan de zyden. Toe vorming van den fteen in de waterwegen is 'er dus alleen een toevallige oorzaak noodzaaklyk , en deze is een eerfte begin, waaraan zig naderhand de ftof tot fteen kan vasthegten. De natuur heefc daarom de nieren , pisleiders, en blaas met ftym van binnen bezorgd, ten einde zig geen zetzel op den bodem zoude vastzetten. Wanneer 'er een vreemd lighaam, 't zy door ftof/erplaatzing, het zy door ontfteking , of by enig toeval in de Waterwegen gevonden word, ontftaac 'er een fteen; en daarom vinden wy altyd in derzelver midden een kern, waarom de fteen zig in Jagen naderhand gevormd heeft. De fteen was weleer een zeer algemeen gebrek in dit land; thans fchynt het gebruik der warme waterdi anken de pis meer te verdunnen , zagter te maken, en ook de kleine gruisjes weg te' vagen , die zig in de waterwegen vormen ; en daarom is. de fteen chans zeldzaam.

De fteen word gewoonlyk onder de overervende ziekten gerekend, dewyl nien dikwyls in een huis« gezin verfcheide perfoonen aan deze ziekte ontmoet, en die ze eens gehad hebben, dikwyls voor de twede en derde reis daarvan worden aangetast. — De fteen heeft zyn zitplaats in de nieren, pisleiders of blaas. De toevallen, welke met den fteen in een van deze gevoelige deelen gepaard gaan,

zyn

Sluiten