Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IIii E. j. T. a THUESSINK, GENLES-

De ontlasting van een of meer wormen is het ontwyfelbaar teken alleen van derzelver aanwezen in het darmkanaal. Maden of aarswormen hebben wel de gewoone tekenen van wormen, dewyl zy meestal met ronde wormen gepaard gaan; dan by deze lyders werd gewoonlyk ook een jeuking in den endeldarm waargenomen. De lintworm is de moeilyklte van allen te onderfcheiden ; dewyl hy van de fchriklykfle krampen en zenuwtoevallen meestal verzeld is , die ook van geheel andere oorzaken kunnen afbangen; intusfchen ziet men ook nu en dan ftckken van een lintworm lozen, zonder dac men eenigen hinder in de gezondheid des lyders befpeurd heeft.

Zelden zal men wormen in fterke, gefpierde, bloedryke of drooge geftellen aantreffen ; in wateragtige , flymagtige en fletfche lighamen zyn zy dikwyls te befpeuren. De ronde wormen en ma* den zyn altyd verzeld van een grote verzameling van flym in de darmen, waarin zy als in een nesc huisvesten; en in de geheele darmbuis is een gebrek aan veerkragt, waardoor zy niet in ftaat is zig van de wormen te ontdoen, en hierom is de fpysvertering ook over het algemeen gebrekkig. Uit het gezegde kan men dus belluiten , dat da middelen, die men hier bezigen moet, van tweder-» lei aart zyn : vooreerst , die op de wormen zelf werken, en als een vergif voor dezelve dienen; of ten tweden zodanige, welke den flym verdunnen,

uic-

Sluiten