Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ii s6 J. WILLEMSE, G. z., GENEES-

Toen ik deeze nieuwe Methodus prcefcrïbendi begon, ondervond ik dikwyls, dat dezelve eenige moeite kostte; vooral na dat ik, zedert lang, aan het daaglyks voorfchryven van formules voor den Apotheek gewend was. Ik heb nogthans ondervonden , dat naar maate men zich hier op meerder toelegt, en zyne Proeven met meerder kragt wil doorzetten, naar die maate ondervindt men in 't vervolg, dat men het in veele gevallen tot eene aanmerkelyke hoogte kan brengen.

Hier mede bedoel ik nogthans niet te zeggen, dat men het volkomen buiten de Apotheek kan {tellen. Dat zy verre. Dit is ook het oogmerk van het Genootfchap niet. Hetzelve zondert reeds de meestvermogende middelen , als volftrekt onontbeerlyk, uit. Daar derhalven kelder en keuken te kort fchieten, daar moet de Apotheek derzelver plaats vervangen, en de vereischte hulpmiddelen opleveren. Dan, ik keere weder, om nader verilag van deeze Inftelling ce geeven.

De

Hier uit ziet men, dat, indien de Ziekten in deeze twee tydvakken gereekend worden gelyk geitaan te hebben; 'er in het laatite tydvak een voordeel van ƒ 1229-16- door deeze inrichting is te wege gebragt. Dan , de Najaarsziekte van 1779, 1780 en 1781 , welke in verfcheidene oorden van ons Vaderland heerschte, en waarin ook dit Godshuis deelde , was de oorzaak van verzwaarende onkosten, zoo aan den Apotheeker , als aan de Huis-Apotheek , gelyk men zulks op die twee jaaren, welke, in het tweede tydvak, met een fterretje geteekend zyn, duidlyk zien kan.

Sluiten