Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en HEELM. uit KELDER en KEUKEN. 1133

Het juïapium werd vervolgd, en ik belastte haar, hui van gekarnde melk , waarin gepelde gerst gekookt was, met witten honing te drinken. Men begrypt ligtelyk, dat ik het linctus met ey-doijer eu te rug hield. Ik liet tegen den hoest witten honing met poeijer van Arabifche gom gebruiken, en dit voldeed vry wel.

Den negenden dag waren alle de tekenen van gal in de eerfte wegen aanwezig. — Het is niet noodig alle de verfchynfelen optenoemen, zy zyn alle Kundigen 1 bekend. De hoofdpyn , bittere fmaak, walgingen, koorts, die met den avond verhefte, zyn 'er zoo veele bevestigende tekenen van. Ik liet de laxeerdrank 13. gereedmaken en gebruiken : door deeze ontlastte zy zeer veele dunne, {tinkende en galachtige ftoffen. In den avond liet ik haar een voetbad gebruiken: de nacht was rustloos, nu en dan ylende. Zy bleef fterk drinken, en in den morgenftond kwam 'er eenig zweet en remisfëe van koorts.

Den tienden dag was de tong zeer geel, ookhet oogwit naar den grooten ooghoek geelachtig wit: de walgingen waren minder, maar de hoofdpyn zeer zwaar.

Ik herhaalde, onaangezien den meerderen en droo-r. geren hoest, het Laxeermiddel: zy braakte 'er een gedeelte van uit, verzeld met veel flym;. maar zy kreeg evenwel daardoor verfcheidene ftoelgangen , al wederom met galagtige ftoffen gepaard.

Cccc 5 De

Sluiten