Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

n4o J. WILLEMSE, G. z., GENEES-

te drinken , althans niet meer dan zy volftrekt noodig hadde.

Den volgenden dag, 's morgens, zeide zy my met blydfchap , dat zy zedert twaalf uuren des nachts niet was afgeweest, na dien tyd geilaapen hadde , aan 'c zweeten was geraakt , en dat 'er nu vier poeders waren overgebleeven, om dat men haar (zoo als ik belast had) niet had wakker gemaakt tot het gebruiken der poeders.

Ik liet met het gebruik van dit middel alle twee uuren voortgaan , en gebood ftrenglyk dat zy zich te bed zoude houden, ten einde het zweet, in dit geval zoo hoogst nuttig, te doen voortduuren ; dat zy geen ander vocht dan kamillen- of vlier-thee of brood water moest drinken , en dat, indien zy iets wilde eeten, dit in niets anders dan in ryst, met water gekookt, en met een weinig ongekookte zoetemelk en zuiker gemengd, moest beftaan. — De tong was deezen morgen droog en graauwachtig van kleur, de hoofdpyn draaglyk, en de koorts niet geheel af, maar nogthans minder dan in de voorige dagen op hetzelfde uur.

Zy fliep deezen dag nu en dan een poos, had drie afgangen, wel voorgegaan door krimpingen, maar de ftoffen waren meer gebonden, ook gefchiedde de ontlasting zonder persfingen. Zy had beftendig in 't bed uitgewaasfemd. Des avonds was de koorts maatig. Ik gebood, dat men haar des nachts als zy flaapende moge zyn, niet wakker

Sluiten