Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en HEELM. uit KELDER en KEUKEN. ii4i

ker zoude maaken tot het inneemen van de' poeders.

Den agtften dag. Zy had dien nacht wel geflaapen, (leeds gezweet en niec afgeweest; 's morgens was zy vry lustig, zonder koorts en zondef krimpingen. De tong was minder droog dan den voorigen dag. Zy verzogc my om zich te mogen verfchoonen, om dat door hec veel zweecen haaré kleederen zoo onaangenaam riekten. Onder de vereischte voorbehoeding ftond ik dit toe, en zy werd, zoo dra zy fchoone warme kleederen aan-» had, in eene andere bedflede, naast de haare, gelegd, zynde het beddengoed in dezelve te vooren behoorlyk gewarmd. Deezen dag gebruikte zy alle drie uuren een poeder, at wederom ryst, en dronk broodwater. Zy kreeg geen afgang, maar voelde nu en dan nog krimpingen, doch welke van tyd tot tyd minder werden.

Den negenden dag, was zy 'smorgens zeer wel, wyl zy een goeden nacht gehad hadde. Zy dachc dat zy nu niets meer behoefde te gebruiken, naardien zy geen afgang nog koorts gehad hadde, zoo zy zeide. ïk beduidde haar, dat zy dien dag nog vier of vyf poeijers moest inneemen; dac ik haar, op haar verzoek, wel zoude toeftaan dac zy verbed wierd, maar dat zy, zoo dra het bed vermaakt en gewarmd was, zich wederom in hetzelve moest begeeven. Dit beviel haar niet, maar zy gehoorzaamde nogthans. Zy verzogt my, om diert XIII. osei» Dddd mid»

Sluiten