Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ii 4a J- WILLEMS E, G. z., GENEES-

middag aardappelen te mogen eeten, die ftondt ik haar toe, mids dezelve met melk eetende, zonder boeer. Zy had wederom deezen dag geene ontlasting. De tong begon aan de randen natuuriyk van koleur en vochtig te worden.

Den volgenden dag, zynde de tiende der ziekte, was zy zoo wel, dat ik my over haar moest verwonderen. Zonder koorts, zonder krimpingen, de tong ongemeen zuiverder, geen wanfmaak in den mond en trek tot eeten : dit alles kondigde eene volkomene hertelling aan. Maar 'er ontbrak nu afgang , en ik begreep dat het tyd werd om te zorgen, dat zy ten minden eene afgang kreeg. Ik liet (willende beproeven, of ik een klysteer myden konde,) een teekpil van Spaanfche zeep met olie bevochtigd inbrengen, en na verloop van eenige uuren ontlastte zy denzelven met eene aanmerkelyke hoeveelheid feces figuratae, waardoor zy zeer verligt werd. Zy at deezen dag geerst met krenten, en gebruikte alleenlyk drie poeders, welke zy nog had overgehouden.

Den elfden dag was zy zeer wel in alle opzichten , zoo dat ik niet noodig vond haar meerdere poeders te laaten neemen. Zy dronk alleenlyk nu en dan een koffy-kop met kamillen-thee, en ac dien middag ryst-foupe, met geroost brood en water gekookt, doch zonder vleesch.

Daags daaraan wederom niet afgeweest zynde, liet ik haar 30 greinen rhabarber met 90 greinen

Ara-

Sluiten