Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en HEELM. uit KELDER en KEUKEN. n4o

nn'ng, werd deeze pap verwisfeld met het veficatorium. Hy bleef nu en dan nog hoesten, fchoon niet zeer hevig. Een linctus van witten honing met een doijer van ey was genoegzaam, om den hoest te ftillen. Hy geraakte na den vierden dag in een algemeen zweet, en genas zonder eenig letfel, of eenig ander geneesmiddel te gebruiken.

Zy met de borstpleuris gebruikten den eerflen dag mede het julapium A., maar wyl zy veel hoesteden, gaf ik den volgenden dag een drank van een half once Arabifche gom, één drachme fat* peter, drie oneen witten honing en vier en twintig oneen gerstwater, zoo lang gekookt, tot de gerst gaar en gebartien was-, op dat het vocht niet te fchraal zoude zyn ; en op dat het middel niet prikkelen zoude, had ik den azyn te rug gehouden.

De hoest hen (leeds veel vermoeijende, gaf ik den derden dag een linctus van witten honing, en allerbeste olyven-olie , waar aan geene de minfee ransheid te ontdekken was: by dit mengfel liet ik ter betere vereeniging een doijer van een ey voegen. Het fcheen, dat de maag van den eenen lyder de olie niet verdragen konde ; daarom verwisfelde ik den volgenden dag de olie met het flym van kwee-pitten, en dit voldeed zeer wel.

Beiden kwamen zy ter behoorlyker tyd tot eene verligtende fluimloozing ; en hy , die tweemaal adergelaaten was, heeft op het allerlaatfle der D ddd 5 ziek-

Sluiten