Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

U5- J. WILLEMSE, G. z., GENEES-

Alle drie braakten met de verheffing van de koorts galftoflèn. Dit was voor deeze kinderen allerpynlykst, en zy fchrikten tegen den avondtyd, wyl als dan de koorts verhefte.

Het uitflag was by allen niet alleen aan de handen, armen en hals, maar over de ganfche borst, buik en dyen verfpreid, vertoonende eenen doorgaanden hoogrooden gloed; zy klaagden over ondraaglyke jeukte , en konden geen oogenblik ftil liggen. De handen, armen, hals en hoofd zwollen op, en alles ftond gefpannen.

Ik begon de geneezing met een braakmiddel uit ipecacuanha. Die gaf ik eer de keel tot dien ftaat van hevige zwelling gekomen was, ten einde de maag, ten fpoedigften, langs den konden weg, van een meenigte flym en gal te ontlasten : te meer nog, om dat het by deeze, zoo als by zeer veele andere lyderen aan,het roodvonk, duidlyk bleek, dat, by de toeneeming en verergering der epidemie, het galachtige eene aanmerkelyke , zoo niet de hoofdrol, in deeze ziekte fpeelde.

Ter bevochtiging van de pynlyke en gezwollen keel liet ik deeze Iyderesfe zachtjes gorgelen met een aftrekfel van vlierbloemen , waaronder , op twintig oneen, twee oneen witte honing en één once azyn gemengd Waren. De gewoone drank in 'c eerfte tydperk was hui van gekarnde melk met witten honing , of flap theewater, met een weinig zoetemelk en honing.

Den

Sluiten