Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en HEELM. uit KELDER en KELKEN. 1153

Den volgenden dag gebruikten zy hec Laxeermiddel B., waardoor zeer veele ftinkende galachcige ftoffen uicgedreeven werden. Mee hec gorgelen werd naarflig aangehouden , en fchoon hec drinken den tweeden en derden dag gantsch moeilyk viel,zy deeden nogthans hun best om met kleine teugjes aanhoudend vochc door te krygen. De nachcen waren flaaploos, en nu en dan vondc men ze ylhoofdig.

Na dat het uitflag volkomen naar buiten was, kwam 'er eenige verligting in de keel. Dit nogthans weerhield my niet van hec herhaalen der ontlasting bevorderende middelen tot twee en drie reizen, wel verzekerd zynde dat ik daardoor het meeste voordeel deed, wyl na genoegzaame opruiming der eerfte wegen de ziekte fpoedig in het tweede tydperk overging. Met andere woorden : de ftaat van raauwheid duurde by deeze kinderen, zoo als by veele anderen,.gemeenlyk vyf dagen : geduurende dien tyd had men fteeds een drooge huid, en alles bleef in een ftaat van fpaaning. Maar met den zesden dag zag ik by deeze lyderesfén een algemeen zweet voor den dag komen, en toen begon de zwelling en fpanning te verminderen. Dit noem ik het tweede tydperk.

Ik liet haar geen ander geneesmiddel gebruiken dan vlier-chee mee witcen honing, welke laacfte ik in grooten overvloed liet toedienen , om dac ik daardoor in dit tydperk genoegzaamen ftoel-

Sluiten