Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

U6i J. WILLEMSE, G. z., GENEES-

M^Her werd, m3ar des nachts (leeds (laaploos bleef, en vee geweld maakte. Ik verwonderde my zeer, dat hy door de groote hoeveelheid deezer vruchten geene diarrhtza kreeg. Dit nogthans gebeurde met fchoon men zeker was, dat hy daaglyks meer dan éénmaal, en dan ook onbegryplyk veeontlascce. Zoodanig was zyn coedand gedul rende de vyfentwintig eerde dagen

Ik wilde eene Proef neemen van het koude bad OP het hoofd, Ten dien einde was het noodig het ha,r aftefnyden, en het hoofd kaal te fcheeren.

het hy, tot ieders verwondering, zoo benard toe, dac hy zittende op een doel, zich byna niet bewoog. Ik liet een grooten linnen lap, welke gevouwen zynde, een duim dikte had, in twee deelen azyn en één deel water, waar in falpeter gefmolten was, döórnac maaken, en op hec hoofd leggen, wordende daar over een wollen muts getrokken. Dit bad werd alle twee uuren vernieuwd. Zoo lang hec dag was, liet hy héc liggen, maar des anderendaags Morgens, vond men alles van het hoofd afgecrokken en in een hoek van zyn vertrekje %gen, ook had hy zyn hembdrok weecen los ce maaken en was dus weder naakt, maar hy had niet gefcheurd. Ik hervatte het koude bad, en deezen dag at hy wederom eene meenigte vruchten, ook dronk hy zoo veel koud water, dac men hetzelve emdlyk te rug hield , uic vreeze dac de grooce hoeveelheid hem hinderen zoude.

Den

Sluiten