Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ïtt5 Christelyke Leer van God.

b. v. Vuur, Onweeders, ftormen. Nog; andere zyn gevolgen van s' menfchen eige misdryven, b. v. armoede van den Verkwister, Krankheid en een vroege dood van den

onmaatigen. De maat van 't goede

blyft in de Waereld toch altoos de grootfte, en den Godvruchtigen moeten alle dingen hier of daar ten befte dienen. Rom. VIII. vs. 28.

Vr. 92. Kan God niet alles in de Waereld als een Werktuig zyner Voorzienigheid gebruiken ?

• Antw. Ja! zelfs ook de hoogere Geeftfcn, die de Bybel Engelen of Dienaars en gezanten Gods noemt, die 'er vermaak in fcheppen, den wil van God te doen, aan het geluk der Menfchen deel te neemen, en toteiken wy in hunnen Zaligen toeftand gelykvormig zullen worden. Pf. CIV. vs.. 4. Gy maakt uwe Engelen tot Winden en uwe Dienaars tot Vuurvlammen. ( Winden , o God! zyn uwe Engelen, en Blikzemftraaien zyn uwe Dienaars.) Pf. C XL VIII. vs. u. Hebr. I. vs. 14. Zyn zy [de EngeT len ,] niet alt e maal gedienjlige Geejlen, (die God dienen en die hy) uitgezonden [heeft] tot Dienst om dier wille, die de Zaligheid [Redding en Heil'] beërven [ verkrygen ] z«//<?«? Luc. II. vs. 10—14. Joh. I, vs. 51. Ik zeg tilieden: van nu aan zult gy den Hemel open zien , en de Engelen Gods op- en neder vaaren op des Menfchen Zoon [ gy zult ondervinden, dat ik met den Hemel, met God in de rtaauwfte Verbindtenis ftaa.] Luc. XX. vs. 36. Zy [de Vroomen in het toekomend ' 1 Lee-

Sluiten