Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Christelyke Leer van God, ü7

Leeven ] kunnen voortaan niet fterven; want zy zyn den Engelen gelyk.

Vr. 03. W»t leert de "Bybel van'den Duivel en zyne Engelen ?

Antw. De Bybel maakt ook nor gewa*van gevallene Engelen, die hunne voorrechten niet behielden, maar Ttwaad wierden : hy fpreekt van eenen Duivel, Satan [Tegenftreever van God en Menfchen ] en zVne

rïgeïr!;T Jud* vs- 6- Mtth- xxv. vs. \u

Joh. VIII vs 44. G^ zyt van den Vader den Duivel, [hem in gezindheden gelykl en naar uws Vaders Lust wilt gy doen: Jezelf ts een Moordenaar van aan'begin en is ni^f Jlaande gebleeven in [ by ] de waarheid] wanneer hy de leugen /preek}, zo fpreekt Ü van zyn eigen [zo als 't hem eigen is-7 want hy is een Leugenaar en een Vader [Stichter] derzehe.

Vr. 04 Kan'de Duikel iets uitvoeren tegen ae Godiyke voorzienigheid^

Antw. Neen ! de boosaartigfte en magti> fle Geest kan de Raadsbesluiten der Go'ddeiyice voorzienigheid niet vprydelm

^ Wd *****

Antw. Geenzinrs ! De Bybel leert ov< veelmeer, dat de Duivel in 'zyne Boosheid Deperkr is, en wy dus voor hem en zvne magt niet bygeloovig vreezen moeten, maar ons daarentegen zorgvuldig in acht moeten neemen, dat wy hem in zynen 'zin en ramp" laligen toeftand niet gelvk worden. " 1 P«

d J5} t G°d keeft de ^gezondigd hebben, met verfcheond, enz.

1 Joh

Sluiten