Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Van de Christelyke Gezindheden, enz.

Vr. 204. Voor welke fchaadelyke Verbeelding Woraen wy daardoor bewaard?

Antw. Wy zullen ons daardoor -pp de zekerf Ie wyze voor de verbeelding b~ewaaren als of het bywoonen van den openbaaren Godsdienst en de huislyke Aandachtsoeffemngen de Christelyke Godzaligheid zelve uit' maaken , daar zy eigcnlyk" maar Oefenineen en Hulpmiddelen zyn, om onze Godsvrucht te verwekken en te bevorderen. Tac. I vs* 22, 27. J . -.. , ™

Vr. 205. Wat is een Eed?

Antw. Eene Bevestiging van onze Verzekeringen met beroeping op God, als den Getuige onzer Oprechtheid en Eerlykheid ren? ~°6' IVanneer maS' 'een Chri/len zwee.

Antw. Een Christen mag in 't gemeene .Leeven, wel is waar, niet zweeren, Matth. V. vs. 34—37. Jsc. V. vs. 12. Maar wel, wanneer de Overheid het van hem eischt! om de fterkfte verzekering te geeven, dat

[heni Waarheid en Trouw heilig is. Matth.

■ 3UVI. vs..63 64. ■ Gy zegt het. Hebr. ■

Vi. vs. 16. Deux. VI. vs. 13. Matth. V.

ys- 33.

• Vr. 207. Maar wat moet hy daarby overleggen? ' J-

;Antw. Een Christen moet zich niet Ii<rgrnmg tot eenen Eed aanbieden, en, wan, lieer hy zweert, ernftig overleggen, wat hy bezweert, en hoe gewichtig ieder >Eed is» wnit hy dient tot verdeedieing der gerecht tigheid, en men beroept zich 'by denzeiven

op

Sluiten