Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Van de Christelyke Gezindheden, enz.

Welftand niet verhinderen, maar moet ons veelmeer zeker leiden, dat wy ook d aria den wil van God doen, en onze T jvreede h.id "bevorderen, i Tim, IV. vs. 4, 5. Pred. IX. Vs. 7. Luc. XVI. vs. 10——-12.

Vr. 228. Welke zyn de uiterlyke goederen des Leevens ?

\ Antw. Tot de uiterlyke goederen des Leevens, naar welke wy als Christenen ftreeven zuiien, behooren 1) ons nooddruftig Beftaan, 2) onze goede Naam en 3) onze Wem'oegens.

Vu 229. Hoq moeten wy voor ons nooddruftig Beftaan zorgen?.

Antw. Door Arbeidzaamheid, dat is, door eene getrouwe en naardige aanwenring van onze krachten in een nuttig Beroep, en door fpaarzaamheid', die met datgecne zuinig omgaat, 't welk wy niet aanftonds gebruiken. 2 Thesf. III. vs. 11, 12. Spr. X. vs. 4. Eph. IV. vs. 28. Joh. VI. vs. 12. Spr* XIII. vs. 11. Cap. XXVIIL vs. 19.

Vr. 230. Waarom mogen wy ook naar Rykdommen trachten?

Antw. Wy mogen ook naar vermeerdering van onze tydelyke goederen trachten, om ons daardoor des te meer middelen tot een vrolyk genot des Leevens en tot weldoen te verfchaffen. 1 Vr. 231. Waarvoor moeten wy ons echter daarby in acht neèmenf

Antw. Wy móeten ons daarby nooit verzondigen, noch door onrechtvaardige hebzucht, die met eene onmaatige begeerte op eene ongeoorloofde wyze geld en goed te gewinnen zoekt; noch door gierigheid, die

het

Sluiten