Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

72 fan de Chtifelyke Gezindheden, enz.

veel goeds in de waereld (lichten, als wy ftichten zullen.

Vr. 235. Maar waarin moet onze Liefde tot Eer niet ontHarten?

Antw. Zy moet niet ontaarten in ydelheid, of in de zucht, door kleine en nietige voorrechten te behaagen, noch in eerzucht, eergierigheid en roemzucht, daar men alles flechts óm de Eer en om den Lof doet. Gal. V, ys. 26. 1 Cor. IV. vs. 3, 4.

Vr. 236. Waardoor hebben wy gelegenheid tot vermaaken 1

Antw. God heeft ons in' de ons omringende Natuur en in de verbindtenisfen met andere Menfchen menigvuldige gelegenheden en middelen gegeeven, om onze zinnen vermaaklykheden te verfehaffen. 1 Tim. VI. vs. 17. God geeft ons allerley rykelyk te genieten.

Vr. 237. Waartoe gaf God ons dezelve?

Antw. Tot uitfpahning van onzen arbeid en tot opwekking tot dankbaarheid jegens den geever yan al het goede.

Vr. 238. Welke voorzichtigheid moeten wy daarby bewyzen?

Antw. De Christelyke voorzichtigheid vordert van ons: 1) Dat wy ons geene zondige vernoegens verfchatTen, die met de gehoorzaamheid jegens God, met de zorg voor onze • onfchuld en rust, en met de H'efdp des Naasten flryden; 2) Dat wy ook by de geoorloofde vernoegens maatigheid en zelfbeheerfching oeffenen, en ons door haar aan de vervulling van ons Beroep en andere gewichtigere Plichten niet verhinderen laaten, 'maar ons daartoe veelmeer bekwaamer maaken.

, Pred.

Sluiten