Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Fan de Christelyke Gezindheden, enz. 77

Antw. Als wy gewillig zyn, van onze rechtvaardige Eifchen aan hem iets vallen te laaten.

Vr. 252. En wanneer gedraageh wy ons liefderyk jegens hem ? \

Antw. Als wy hem geneegeri zyn, en hem zo veel goeds bewyzen, als wy kunnen. Matth. VII. vs. 12. Gal. VI. vs. 9, 10.

Vr. 253. Wat eischt, deeze rechtvaardigheid, billyk held en licfderyke gezindheid in V algemeen van ons?

Antw. D t wy ons oprecht en welmeenend, verdraagzaam en vreedelievend, toegeevend. en dienstvaardig jegens onzen Naalte gedraagen.

Vr. 254. Wanneer zyn wy oprecht en welmeenend ?

Antw. Als wy anderen op geenerley wyze tot hunne fchaade bedriegen, maar zo fpreeken en handelen, als wy denken en gezind zyn.

Vr. 255. Waarom zullen wy oprecht zyn?

Antw. Wy zyn daartoe verplicht, wyl wy met elkander naauw verbonden zyn , en onze Evenmensch van ons verwachten kan, dat wy onze werkelyke gedachten door onze woorden uitdrukken. Rom, XII. vs. 9. De Liefde zy niet valsch.

Vr. 256. Hoe zondigen wy tegen de oprechtheid?

Antw. Wy zondigen tegen deezen plicht: 1) door leugens en valschheld, wanneer meri uit ligtzinnigheid, kwaade oogmerken en gewinzucht onwaarheid fpreekt of anderen

hé-

Sluiten