Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

$z %an de Chri'fielyke Gezindheden, enz.

'Vr. 311. Wat zyn Dienstboden, enz. daarentegen verschuldigd ?

Antw. Dienstboden (Knechten en Maagden) en Daglooners zyn verplicht, hunnen Heeren en Broodheeren Eerbied, volgzaamheid in alle geoorloofde dingen, en getrouwe, dienden te bewyzen, gevolglyk alle trouwloosheid zorgvuldig te vermydenj ook dan, wanneer hun dienst zwaar wordt, zullen zy liever onrecht lyden dan onrecht doen. Tit. II. vs. 9, 10. Den Knechten (geef het roorfchrifc) dat zy, enz. 1 Tim. VI. vs. 1,2. 1 Pet. II. vs. 18. Eph. VI. , -vs. 5 g.

Vr. 312. Boe gedraagt zich een Christen in het burger hk gezelfchapï

Antw. In het burgerlyk gezelfchap heeft een Chriften liefde voor het Land, in het welk hy gebooren en opgevoed is, of zyn beftaan gevonden heeft, {Vaderland) en neemt op aile mogelyke wyze deel aan den aigemeenen welftand van hetzelve. Ter. XXIX. -vs. 7.

Vr. 313. Waaruit is het burgerlyk gezelfchap ontjlaan ?

Antw. Uit de verbinding van meerdere huislyke gezelfchappen.

Vr. 314. Waartoe is de Overheid verordend en verplicht?

, Antw. Het is eene godlyke en weldaadige verordening, dat Overheden en Onderdaa-. nen iti dit burgerlyk gezelfchap met elkander verbonden zyn. De Overheden zyn als Gods Dienaaren verplicht., tot het wel.zyn

der

Sluiten