Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

95 Van de bevordering der ChAjlelyke enz.

in zyh gedrag zy en geduurig nog meer worde-'. 2 Pet, i. vs. 3 8. Hebr. XII. vs. 14.,

Vr. 324. Hoe hebben wy ons daarom te • gedraagen ?

Antw. Wy moeten voorzichtig zyn onder: alle verzoekingen tot het kwaade, 2 Pet. - 111. vs. 17. bewaart u, enz., -over onze • gedachten en begeerten waaken , Matth.,

JLXVI. vs. 41. 1 Thesf. V. vs. 5 8. 1

Cor. X. vs. 12. , alle aanlokkingen rot zon- • ■de ftandvaftig tegen fland bieden, 1 Cor., XV. vs. 33. volg. Matth. IV. vs. 1. volg.. Hebr. XII. vs. 1, 2. en met alle zorgvuldigheid een onbevlekt geweeten bewaaren. , Band. XXIV. • vs. 16.

Vr. 325. JVelk eene verandering moet 'er ' echter met den godloos gewordenen Mensch 1 gefckieden ?

Antw. Wie de zo even genoemde Hukken 1 verzuimd heeft en zelfs wel kwaad en godloos ; geworden is, die moet door boete, geloof en 1 heiliging van de zonde terug gebragt, en tot: God en tot datgeene, 't welk hem weibe-■ haaglyk is, bekeerd worden.

Vr. 326. Hoe. drukt de Bybel deeze verandering uit?

Antw. De Bybel drukt deeze verandering,, welke met den bedorvenen Mensch gefchïe- • den moet, figuurlyk dus uit: de Godyergeeten Mensch moet geroepen, dat is, opgeroepen of opgewekt, 1 Thesf. IV. vs. 7.; de onwetende va. verblinde verlicht, dat is, tot eene erkentenis , die hem verbetert, gebragt, Eph. /. vs. 18. God geeve u verlichte, enz; 'ée verdwaalde bekeerd of op dea rechten

Weg •

Sluiten