Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

f20 Chriftelyk Onderwys van het, enz.

den Mensch nog voor een ander Leeven bc* ftemd heeft, wyl i.) de redelyke 'Mensch voor het korte Leeven op Aarde te veel aanleg, te groote bekwaamheden en verplichringen heeft, om in wysheid, deugd en'zaligheid fteeds volmaakter te worden ; 2.) wyl de Lotgevallen der Menfchen in dit Leeven noch mét hunne oprechtheid, noch met hunne godloosheid ten vollen fchynen overeen te Hemmen; wyl de Booswicht zich anders aan de Opperheerfch>ppy van God door gewelddaadige verkorting van zyn Leeven zou kunnen onttrekken. Pred. VIII. vs. 14. Cap. XII. vs. 7.

Vr., 402. Maar wien hebben wy dé vafte Hoop eenes eeuwigen Leevens te 'danken f

Antw. Chriftus heeft de vafte Hoop eenes eeuwigen Leevens met .het. Geloof aan hem, met 'de' gehoorzaamheid jegens zyne voorfchriften, en met het vertrouwen op zyne beloften en vertrooftingen in het nsauwfte verband gefield. 2 Tim. I. vs. 10. Chriftus heeft den Dood, enz. ■ Joh. XI. vs. 25, 26.

Ik ben nimmermeer, fierven. Matth-.' XIX.

vs. 29, Joh. VIII. vs. 51. \zo jeinand, enz., • Joh. V. vs. 24—-29.

Vr. 403. Hoe heeft Chriftus ons deeze Hoep gegeeven?

Antw. Hy leerde niet Hechts, maar bévëstigde ook door zyn eige Lot, dat, wanneer I ook het Ligchaam des Menfchen fterft, de ] Ziel toch.haar Leeven, haar vermogen om te denken.en te willen, haar bewustzyn , j haare herinnering en haar vooruitzicht be-J Jioudt en de toekomende toeftand een ffaltl - v ' ■■ v der I

Sluiten