Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK IV.

Over den Mensch.

Stelling i. Volgens het verhaal van Mofes, Gen: I, 27. heeft God de menfchen tot zyn beeld gefchaapen, dat is, hen zoo gevormd, en in zulke omftandigheden geplaatst, dat zy zichtbaare afbeeldfelen van hem, den onzichtbaaren, zouden kunnen zyn. St. 2.

Deeze hunne gelykenis naar God, beflondt 1) in de redenlykheid hunner natuure, waar door zy eene volftrekte meerderheid hadden boven, enheerfchappy konden voeren over, alle andere Schepfelert, die God met hun op deeze aarde geplaatst hadt. Gen: I, 26. 2) in de heiligheid en onfchuld van hun hart, en de daar uit voortvloeiende kalmte van ziele, en gelukzaligheid van hunnen inwendigen toeHand. Gen: II, 25, vergeleeken met III, 10. 3) in de mooglykheid, om den dood te kunnen ontgaan. Gen: II, 17.

Stel-

Sluiten