Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

14 Over de Zonde.

Stelling 2. Plichten te verwaarloozen, die God van ons vorderde, is by gevolg zoo wel zonde , als ondeugden te bedryven, die hy ons verbooden hadt. Jac: IV, 1/. St. 3.

Wy zondigen niet alleen door daadlyke verrichtingen, die tegen Gods wil ftryden, maar ook door het koesteren van kwaade voorneemens. 1 Petr: I, 15, 16. Matth: V, 28. 2 Cor: VII, 1.

St. 4.

Als wy het vermogen van te kunnen fpreeken, het welk God ons gegeeven heeft, niet naar zynen wil gebruiken; in het byzonder, als wy van het zelve, ten nadeele van onze naasten, misbruik maaken , moeten wy gezegd worden, door onze woorden te zondigen. Matth. XII, 3^ 37-

St. 5.

Elke zonde is, aan den éénen kant, ondankbaarheid tegen God, aan den an-

de-

Sluiten