Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

£4 Over de voorwaarden der Zaligheid.

als den zoodanigen, ons vertrouwen te fteï* Ien;en alleen op den weg, dien hy ons heeft aangeweezen , onze zaligheid te zoeken. Joh: III, 16. Gal: II, 16. III, 26, 27. Stelling 3. Dat wy hem op deeze wyze aangenomen hebben, en waarlyk zulk een vertrouwen op hem Hellen, moet blyken in onze daaden. Gal: V, 6. Jac: I, 22. II, 14 —17. St. 4.

Als Christenen, zyn wy, boven anderen, verplicht, om heilig en godvruchtig te leeven. Tit: II, 11 — 14. Rom: VI, 11 — 13. 1 Cor: VI, 20. 2Cor: V, 14,15. St. 5.

Het geen ons daar toe te meer moet aanfpooren, is, dat wy, zonder het by aanhoudendheid op de verbetering van onze harten, en. eene geftadige beoefening van echte Christlyke deugd, toeteleggen, niet bekwaam zyn, om tot de zaligheden van het toekomftig leven te worden toegelaaten. Gal; VI, 3.

HOOFD-

Sluiten