Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der Natuur, /. Onderh. 15

schen verordening;

Ovcreenkomftig met het recht, dat 's Mende H. Schrift ons bewaard heeft, leert 0rdenin de bevinding ons dat wy het bezit van alles hebben. De hemel doet ons inder-daad dienst, en de ganfche aarde is tot ons gebruik. Indien het de Wysbegcerte lust ons onze rechten te betwisten, zullen wy haar alleen laaten pleiten.

Niet alleen heeft God den mensch bezitter en voogd willen maaken van alles, wat op de aarde is: maar zyn voornaamfle voornecmen is geweest hem eenen aanbidder te maaken, een wezen, bekwaam om zynen weid oender te kennen en te eeren. Ziet ik heb ulieden al het zaaijende kruid gegeeven, zeide God tot Adam: van allen boom dee- jg^L* zes Hofs zult gy vryelyk eeten; maar van eenen boom zult gy niet eetcn.

Deeze uitfluiting, daar het ongeloof zoo veel over geklaagd heeft, verre van den mensch te verarmen, is inderdaad zyne grootfte eer. Hec is ongetwyfFeld eene groote eer voor hem, zich gefield te zien over alles, wat levenloos is, en over alles, wat adem blaast. Alle dieren hebben zich aireede

voor

Sluiten