Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

26 Schouw tooneel

scmT' Zy wiI niet dat de mensch eene fchroomVoocdy. achtige hand uitftrekke over de goederen , waarvan zyn verblyf vol is, maar dar hy ze gebruike met de gerustheid van eenen Heer, die zyne Hcerlykheid en zyne rechten kent. Zy onderrecht ons duidelyk en klaar van des Scheppers voorneemen , ons kerende dat God den .mensch naar zyn evenbeeld gemaakt heeft, naardien hy hem verordende tot gebieden , heerfchen en alles op de aarde in orde te brengen.

Alles, wat de Wysgeeren gezegd, en alle bepaalingen, onderzoekingen en redeneeringen , welken zy over den menschop één gehoopt hebben, kunnen niet haaien by de diepte van deeze weinige woorden : God fchiep den mensch naar zynen beeide. Dat is veeleer een woord dan eene reden, gebruikt om ons iets te doen bevatten, in het welke wy het grootfte belang hebben. Het is Hechts één woord: maar alles is in dat woord begreepen.

Dè wyze, op welke de Godheid haar oogmerk werkftellig maakte, in dit laatlïe haarer gewrochten, luistert deszelfs

voor-

Sluiten