Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der Natuur, III. Ondefh. 45

het menfchelyke lighaam beftaat, moet 's Menons hier niet bezig houden. Schoon die weetenfchap den geest zeer wel voldoet, en dat 'er geene is, waarin men , federt de vernieuwing der weetenfchappen, grooter opgang gemaakt heelt; is echter haar voornaamfte oogmerk de inwendige werktuigen, door welken het menfchelyke lighaam in zyne werkingen met dat der dieren overeenkomt, teontlecden; maar ons onderzoek moet hier gaan over het geene den mensch van het beest onderfeheidt, over het geene zyn lighaam in Haat fielt, om de fterkfte en fnellie dieren te beheereu. Wy hebben hier noch fnymes noch onderzoek noodig, om in het gebruik zyner werktuigen de oefening eener heerfchappy, die van eene zoo groote uitgeftrektheid is als de aarde, te bemerken, en om gewaar te worden dat God zyne gelyknis zoo wel op het lighaam van den mensch , als op deszelfs ziel geprent heeft.

Hy, die het oog heeft gemaakt,ziet zonder behulp van het oog. Hy, die het oor en de tong vormde , hoert zonder het behulp van het oor, en doet

zich

Sluiten