Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

54

SCHOUWTOOKEEL

•s Min- vveêr; omdat de dieren alle flechts éé-

SCHiiN Ti

Voogdy. ncn trant, die hun eigen is, hebben.

De beweegingen, en handelingen van den mensch zyn ontelbaar, omdat zyne wysheid en werkingen zich tot alles moesten uitftrekken.

. Indien de mensch aan de aarde vast was, gelyk de viervoetige dieren, zoo wel met zyne armen als met zyne beenen , zoude hy op dat oogenblik de meenigvuldigheid zyner bedryven en werkingen verliezen. Hy zoude niet langer kunnen regeeren: en het vermogen , om de aarde te verfraaijen met verfcheiden werken, zoude hem niet wedergegeeven worden, dan met de vaardigheid , die de rechte ftand van zyn lighaam en de vryheid van zyne handen hem geeven.

Maar in plaatfe van hem te vernederen , door hem met de landdieren te doen kruipen, laaten wy hem ophefTen in den hemel, ten einde hy vandaar over alles heerfche. Laaten wy onderftellen dat zyne armen geheel met 'lange en dikke vederen bedekt zyn: nu zyn ze in twee vleugels veranderd. Hy begint ze uit te breiden: hy neemt zyne

vlugt .*

Sluiten