Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der Natuur, IILOnderh. 67

niets van. Of indien gy ze, door Ha- 's MéTngen , honger en oeflening , africht voogdy, tot eenige ongemeenet werkinge; indien gy ze noodzaakt om van beweegingen naar uwe begeerte te veranderen, en volgens de teekens, welken gy hun geeft; alle die behendigheid zit in u, en onderftelt geene byzondere behendigheid in hun; nog minder drukt zy 'et eenig voorneemen in uit, of eenige volmaaktheid, welke Zy door de redeneering verkreegen hebben. Met één woord, hunne vrye werkingen zyn bepaald, zoo wel als het gereedfehap van hun beroep: maar 's menfchen arm een algemeen werktuig zynde, {trekken Zyne werkingen en zyne regeering zich Uit gelyk de voortbrengfels der natuur.

Die arm, zich fiyf üitftrekkende, doet den dienst van eenen hefboom of hevel. Zich buigende in de verfcheiden leden, die hem verdeelen, bootst hy den vlegel, den boog en alle de foorten van dryfvêren na. Met het fluiten der vuist, waarmede hy eindigt, flaat hy als een hamer. Als hy de palm van Zyne hand kromt, houdt hy 'er vocht in, als in E 2 ' een'

Sluiten