Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JO ScHOUWTOONEEt,

*s Men- doet al dat werk flechts in het kleen, Voogdy. dikwyls mec hinder cn nadeel, en met gevaar van zich te bezeeren of te branden. De kennis der dienden, welken zy hem aanbiedt, en der gebaren waarvoor zy zich bloot Helt, heeft hem het denkbeeld van behulpfelen gegceven. De lepels, ,de nyp- en buigtangen, de fchuppen, de fpaden, de vorken, en alle gereedfehap, zyn zoo veele handen, die in het groot doen het geene zy in kleiner beflag doet. Zy fielt zich buiten aanftoot met dezelvenin haare plaats uittefieeken: en het geene haare tederheid haar belet door haar zelve te verrichten , bewerkt zy voordeelig door de fneede, of door de hardigheid der gereedfehappen, welken zy gebruikt.

Want die hand, in fchyn zoo zwak, die hand, die verfkauwen of zich bezeeren zoude, indien zy onmiddelbaar op lieen of op metaalen floeg, behoeft flechts eenige Hukken hout of yzer te bellieren, om zich alles te onderwerpen, en alles tot 's menfchen nut te verwerken.

Die arm, die niet veel langer dan eene elle, en alleen vyf of zes duimen

breed

Sluiten