Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

94 SCHOUWTOONEÉL

«h^T* *yn gemakkelyk te houden en te voeVoogjbï. den.

Het dier, dat alleen tot bekwaam voedfel voor werklieden dient, kan twaalf of dertien jongen te gelyk werpen, en ons driemaal 'sjaars het zelfde gefchenk doen. Indien dé huisdieren zoo krachtig vermeenigvuldigden in oen tyd dat men ze telkens vryelyk Aagtte, wat zal het in het toekomende weezen? Sedert de afkondiging der wet, die ons het eeten van hun vleesch , en' het gebruik van alles, wat aan hen is, verbiedt, kennen zy noch den toom; noch den ftaf, noch geene wet. De velden, die voor hun open liggen,zyn er vol van. Ons koren en onze vruchten, waarvan wy federt die wet een' dubbelen oogst noodig hebben, zyn meer voor hun dan voor ons. Het fchaap, wie zoude het gelooven, wordt onze gevaarlyköe vyand. Het verfmaadt het gras der velden, en zoo lang het korenairen vindt, wil het zich de vruchtbaarheid van het jaargetyde ten nutte maaken, en het genot zyner aangenaame onafhangkelykheid neeraen. Wy kunnen zelfs ons niet

be-

Sluiten