Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beR Natuur, III. Onderh. 99

het bloed van zyns gélyken drinkt. £ m*n-.

Maar fchoon de openbaaring by hen yoöW niet gehoord wordt, fpreeken de bevinding en het geweeten tot hen. Beide zeggen zy hun, dat de mensch gemaakt is, om over de aarde te heerfchen; maar dat alle zyns gélyken in de zelfde heerfchappy met hem deelen, in plaatfe dat de dieren niet anders zyn dan werktuigen en behoeften, welkert God, tot onzen dienst, leven geeft en vermeenigvuldigt , maar die alles in Wanorde zullen brengen, als het ons verboden is daaraan te raaken; De item dei- ondérvihdihge en des gemoeds heeft dan altoos geleerd; dat 's menfchen deugd niet bellaat in zich van ' alles te onthouden , terwyl hy bemerkt dat hy recht hééft om alles te gebruikeh , maar in zich van alles met matigheid en reChtvaérdigheid te bedienen;

Men moet echter bekennen dat 5 in weerwil van de eehitefnmige lesfen^ die de mensch overal in en buiten hem zelveri hoort j de reden 3 door haare begeerlykhédën verblind, en moedwillig zich zelve willende leiden, in vëelé G 2 dih-

Sluiten