Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der Natuur, HL Onderh. 119

de verdienfte der menfchelyke ftemme ^mmnog beter op te helderen; het eene om voogdy. tot God zeiven te kunnen fpreeken; het andere om de zoetigheid van den zang te voegen hy het nut der beteekenisfe.

Het zoude tyd zyn, fchynt het, om te doen blyken wat deel het lighaam, door de fpraak en de vereeniging van verfcheiden {temmen, neemt in de aanbidding , waarmede de mensch belast is omtrent God, voor zich zeiven en uit naame van alle de fchepfelen. Hy fpreekt tot God , als een vriend tot zynen vriend. Het vertrouwen is het zelfde: de uitftorting is dezelfde : en welverre dat God zich over zulk eene gemeenzaamheid zoude vertoornen, vertoornt hy zich alleen over onze ftilzwygendheid. Maar het zal best zyn_ het ruime onderwerp van den Godsdienst voor het tegenwoordige voorby te gaan, dan 'er een ftuk af te neemen, zonder het overige te verhandelen. Laaten wy dan in de menfchelyke ftem niet anders meer befchouwen, dan die wonderbaare buigzaamheid, die, na ons met de uitdrukking van alle onze beH 4 hoef-

Sluiten