Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

120 SCHOUWTOONEEL

hocf«gheden voorzien te hebben, ons Voogdv. nog met eenen zang bedeelt, bekwaam om onzen arbeid te verzachten, en om ons in de eenzaamheid voor onderhoud te dienen.

In alles vereenigt de mensch in hem aheen alle voordeden, die niet dan afzonderlyk gefchonken zyn aan andere loorten van dieren. Hy bezit ze allen, en geniet ze door hunne vereeniging in een' zeer hoogen trap. De vogels vliegen: maar de mensch vaart, 't welk veel meer is. Alle dieren gaan over van de eene plaats naar de andere: de mensch alleen geniet het voorrecht om zich te doen overbrengen. Verfcheiden foorten van dieren zingen: maar hun gezang is dom of van alle beteekemsfe verftoken. Het is alleen voor het oor. s Menfchen zang alleen is eene verllaanlyke taal, die het oor bekoort, den geest vermaakt en van God zdvcn verftaan wordt.

^Tmhëid f N? dC Sewoonlyke oenening der van den ]Praake > waardoor onze voorneemens gMg. en behoeften te beteekenen, is het eene groote verligting voor onS uit dezelve ftemme ook de zoetigheid vaneen.'

fraai-

Sluiten