Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der Natuur, IV. Onderh. 133

flofofceren aan gemcene veritanden o- 's Menverlaaten. De zinnen moeten ons lee- S^DÏ< ren; en daar de zinnen te kort fehieten, moet de reden hun gebrek vervullen en het overige ontdekken. Is het niet, vervolgen die Wysgeeren, om de reden te noodzaaken alleen te gaan, dat de zinnen haar gegeeven zyn in een' min volmaakter trap, dan aan de meeste dieren ? Een vogel ontdekt op de aarde een korentje zaad, dat voor ons niet zichtbaar is. Kan onze reuk in het allerminfte in vergelykinge komen met dien van eenen hond en van de roofvogelen? Maaken de beide horentjes , die op het hoofd van eene kat ftaan, haar gehoor niet bekwaam om het geritfel van het kleenfte muisje te hooren? Waarom verheft men dan den mensch om zyne zinnen, waarin hy beneden de dieren is, in plaatfe van hem te verheffen om de zuiververftandelyke wysbegeerte, waar in hy zyns gelyke niet heeft? Die praatjes hoort men hun geftadig herhaalen.

Ik laat hem, wicn het lust, de zuiver-verftandelyke wysbegeerte zoo hoog waardeeren als hy wil. Wy pryzen I 3 hier

Sluiten