Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ï44 schoüwtoöneel

*s Men. zigheid, den geenen, voorwicn de aar-

h"eu- de gevormd is, waardig.

sqj.vri'Y. Maar hoe ! omdat de mensch zich veel vermaak kan aandoen , en veele middelen van genoegce over al weet te vinden, zal men daarom zeggen dat hy Gods beeld op aarde is? Onteert die niecnigvuldighcid van vermaakelykheden hem niet veeleer dan dat zy hem zoude verheffen? In zyne gretigheid, om alles tot over zich over te brengen, vindt men waarlyk den overweldiger en tyran.

De Deïsten neemen een zweemfel van matigheid aan, als zy onze vermaakelykheden beftraffen en befchimpen. Men ziet echter dat zy ze niet verfmaaden, en kit hunne zedenleer niet gcftreng is: ook is 'er geene wysbegeerte, waarin minder gevolg en juistheid is dan in de hunne. Zy houden den mensch voor een dier, dat geene meerderheid boven andere dieren heeft; en echter gebruiken zy alles , zonder de minfte zwarigheid ; en zonder eenig aanzien, bedienen zy zich van allos, dat zy magtig kunnen worden. De heerfchappy, die de H.Schrift ons toe-

fchryft,

Sluiten