Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

derNatubr, VIL Onderh. 167

verfchciden maal te herhaalen, zullen ^m*** wy die optelling verfchuiven tot den h"er. tyd, dat wy den mensch in maatfchap- schappy. py te befchouwen zullen hebben. Het is vooreerst genoeg in 't algemeen waar te neemen, dat de grootfte eer,waartoe God den mensch op aarde geroepen heeft, is dat hy'er uitvinder, opzichter en albefchik is: hy is 'er uitvinder, als maaker van allerhande foort van werken, welken God niet op de aarde gebragt had. Hy is opzichter en albefchik', naardien hy dan bezig is met de richtinge van zyn eigen gedrag, dan met het regelen van het gedrag van anderen ; dan met het beftier van verfchciden onderneemingen, die onder zyn beleid uitgevoerd worden, de eene onder zyne oogen, de andere verre van hem, andere aan het einde der aarde: en hy, die befchikker is van zoo veele dingen, met wier beleid geen ander wezen dan hy zich bemoeit of bemoeijen kan, mag in een' goeden zin en naar de letter bilJyk albefchik heeten.

De bever maakt zich eene hut, de , vos een hol, de vogel een nest. Men moet niets meer van hun eifchen. EeL 4 ne

Sluiten