Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

17° SciïOUWTOONEEL

U£™ We,rken voorbrengt, onderhoudt en Heer- volmaakt. De arbeid is dan de eer, schamp. Me grondflag van 's menfchen waare grootheid, gelyk de Almagt het beginfel is van Gods gewrochte en heerlykheid.

Wel is waar, dat 's menfchen arbeid heden verzeld gaat met moeijelykheden en zweet. Hy valt hem hard en zwaar, 't geen van God niet gezegd kan worden. En daarin is de mensch zekerlyk Gods beeld niet. Maar fchoon de vermoeijing en moeite de billyke fixatie en de heilzaame oeffening van den zondigen mensch zyn; fchoon de arbeid zoo veel onvermydelyker voor hem is geworden, omdat hy 'er toe gedoemd is, laat de arbeid daarom niet na nog te zyn het geene, dat hy in zynen oorfprongk geweest is. Het is 's menfchen beroep. De vogel is gemaakt om te vliegen, en de mensch om te arbeiden. Gelyk Gods gewrochten, in hunne fcheppinge en hun gcitadig onderhoud, de onafgebroken celfening van Gods Almagt zyn, zoo is de arbeid de geduurige oeffening van 's menfchen magt. Hy volgt den Schepper na, naar mate

hy.

Sluiten