Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der Natuur, VIII. Ondê'h. \ 77

door bewysredenen, welken zy itt haav 's Mehzelve vindt, te begrypen het geene Goc, Heer. voor zyne eigen Werking éh weeten- schappy. fchap bewaard heeft. Hét is niet te ver•wönderèn , dat zy zoo Verfcheidenlyk van den weg afgedwaald, èn de duisternisfén allengs hoe dikker, voor hun geworden zyn : zy Wareh buiten den kring hüfinêf wérkinge én kennisfe gegaan;

Sedert dat 'ër menfehen in de waereld geweest zyn, heeft de ervarenheid hun geleerd dat hunne weetenfchap betrekkélyk is met h'urtne Werkzaamheid; dat zy verltands gënoég hebben tot dedingen ," die zy kunnen doen en maaken; maar dat hunne kennis zeer bepaald is in het geene' onaf hangkélyk van, hun is en wérkt; by voorbeeld in het maakfel en' de wefkingê der Werktuigen van hun eigëh lighaam , of in dé' kennisfe der werkingen van hunne geestelykè vermogens. Dat allés gèfchiedt, zonder dat zy wëeten op Welk eene wyze. • i .,

Deeze aanmèrking' is de oplosfing eeher yraage, die de diepdenkendite Wysgeeren zeef verlegen gemaakt heeft,

IX: Deel. M Op

Sluiten