Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

derNatuur, VIII. Onderh. 181

komt, zoo weinig vermindert. Maar 's Mennaauwelyks is deeze ftofTe in bewecgin ge geraakt, misfchien alleen den door- schawy. gang van eene ftip, of terftond heeft de hevel van den voet al drie voeten gronds doorloopen, of het ganfche gewigt des lighaams een vierendeel van eene roede aflbands overgevoerd, of de werking van eenen langen vlegel al zes voeten verre van den dorfcher gebragt. Hier doet de kleene kracht een"' korren overtogt; en de groote doorloopt eeae wyde ruimte: het bevel om te vloeijen is niet zoo dra,aan het vocht gegeeven, of het bevel van te werken, dat desgelyks aan den arm gegeeven is, wordt uitgevoerd. Aan den arm is het minfte uitftel niet vergund, om de fnclheid des vochts te vereffenen, door de traagheid van het lighaam der fpier. Alles gaat te gelyk af, de wille, de geesten , en de arm. Dit is eene nieuwe tuigwerkkunst, waarvan de volmaaktite werkmeester geen begrip kan krygen, en daar het fnedigfte verftand voor ftift.

Ik twyffel niet of alles gaat op eene tuigwerkelyke wyze in de beweegingen des lighaams toe, naardien desM 3 zelfs

Sluiten