Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der Natuur, X. On.derh, 207

Het geene, dat my het meeste ver- 's Mmwondert, is de nettigheid, welke ftand ^N houdt in die beelden, zonder dat de tyd ring!'6" of de overvloed dezelven kan uitwisfchen of verwarren. Iemand vertoont my het afbeeldfel van eenen man, dien ik gekend, maar federt twintig jaaren niet gezien hebbe. Ik klaag terftond oyer zekere gebrekkelykheden. Ik vinde 'er wel eenige gelykenis in : maar de mond is te groot; de omtrek van het aanzicht is. te vond; de oogen zyn te donker en te droevig. Zy, die den man met my gekend hebben, zeggen dat ik gelyk hebbe. Waar is, bidde ik , deregel , dien ik volge? Waar is het ftuk van vcrgelykinge, dat myne berisping billykt? Het is een ander onuitwisfchelyk afbeeldfel, dat het enkele gezicht van dien man in myne geheugenis heeft gelaaten,en dat duizend andere afbeeldfels, daar nevens geplaatst, my niet beletten te ondcrfcheiden. Niettegenlhiandc die vcrbaazende meenigte van bcclWHk Welken hy niet akyd ziet, maar afzonderlyk bewaart , om 'er zich by gelegenheid van, te bedienen, heeft hy een cafeiboekje, om zoo te fpreeken,

waa-

Sluiten