Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

©e Alge

me ene

Reöen-

junst.

II. Deel.

Het gebruik der tastbaare middelen en de oeffe ning der re. deneeringe,

*-$6 SCHOUWTOONEEE

■ Maar het goede gebruik der tastbaare middelen, welken zy ontfangen heeft, om zich te onderrechten en te volmaaken, onderfcheidt den goeden redeneerder van den gemeenen man : en men bevindt in deeze redenkunst, dat de allerlaatdunkendfte geleerde minst bekwaam is om een goed wysgeer te worden , omdat de vaste meening van in zyne re len te vinden het geene God hem vermaant elders te zoeken, hem het meest in gevaar brengt om de waarheid mis te loopen.

De gewaarwordingen , welken wy van de dingen en van hunne hoedanigheden hebben, het geene wy door de be_ richten onzer zinnen ondervinden, het . geene 'er van blyft in onze inbeeldinge

■ en in ons geheugen, met één woord alle voorwerpen onzer gedachten, worden denkbeelden genoemd. Deeze denkbeelden , te famen gevoegd, zyn als fchildcryen van het geene in en buiten ons is. Deeze denkbeelden zyn waar en weiger fchikt, als zy juist overeenkomen met de dingen , welken zy vertoonen, of dat zy dezelfde orde en overeenkomst, die in de dingen zeiven zyn, onder elkan-

Sluiten