Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

258 ScHOUWTOONEËL

Be Alge- lyk is aan D, waarvan de grootheid Ë Reden afgetrokken is. Hy weet aan den ankunst." deren kant dat D — E gelyk is aan X.

Waar uit hy befluit dat A + B + C gelyk is aan X.

Maar deeze redeneeringen , welken hy maakt over voorwerpen, zoo verre van de zinnen verwyderd, verdrieten hem zeiven, en zyn niet zeer bekwaam om hem nut voor anderen te maaken. Wel is waar, dat wy den mensch hier op zich zeiven befchouwen, en als afzonderlyk verre van de maatfchappy genomen. Maar hy bereidt zich om 'er in te treeden. Dat is zyn noodzakelyke ftaat. Hy zal derhalve wél doen niet net te leeren redeneeren, om het beleid der redeneeringe te wecten; maar te redeneeren om zynen ftaat te bekleeden, en om anderen ten nut te zyn, zelfs door het aankweeken van zynen geest. Het is klaar, dat hy hun welzyn cn het zyne zal bezorgen, naarmaate hy zich in gebruikelyke denkbeelden oeffenen, en altoos de zekerheid, die van eenig gebruik gevolgd wordt , bejaagen zal: daar door wordt hy nut en van -dienst voor de maatfchappy.

Wil

Sluiten