Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der Natuur, XIII. Onderh. 311

eigen hoofd eenen godsdienst voor te De alge-

fchrvven? meene ïunyvcn. Weeten-

Daar is zekerlyk eene gezonde wys schap. begeerte, dewyl 'er een gezond verftand is, dat onderzoeken, betrachten, wikken en weegen kan; maar wat is zy? Zy beftaat waarfchynlyk in den godsdienst te ontvangen, naardien God haar dien ontdekt door middel van daaden, en in een goed gebruik te maaken van de waereld , met wiens maakfel God haar niet belast heeft.

Laat wyders de menfchelyke wysheid haare gisfingen vry zoo verre brengen, en zoo hoog laaten gaan als zy wil; laat zy hoog van haar recht opgeeven; laat zy, Zoo het haar goeddunkt , haare vaerdigheid om zwarigheden te opperen en moeijelyke vraagen te doen, aanzien voor eene bron van licht, die zy in zich heeft; laat zy waanen recht te hebben om van de natuuren te oordeelen, omdat zy van de getallen en van de overeenkomften of evenredigheden kan oordeelen; wy zullen 'er ons niet tegenkanten, en haar niets betwisten van alles, wat zy zich aanmatigt: maar vermits wy het gevaar V 4 be-

Sluiten