Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der Natuur,XIII. Ondefh. 371

'rechte hoek de helft van den halven cir- De Maakel, dien hy bevat, tot zyne maat. In TEN" het tweede geval, van de fchuinfche I, getrokken op de raaklyn T, begrypt de ftompe O den boog van het groote cirkelttuk T PI, en heeft tot zyne maat de helft van den grooten boog, dien hy bevat: de fcherpe hoek A bevat den boog Van het kleene cirkelftukT AI, en heeft tot zytte maat de helft vart dien kleenen boog,die op eene van zyne zyden ftaat. Want vermits de linie P, die loodrecht op de raaklyn is, twee rechte hoeken maakt, elk van 90 graaden, de helft van den halven cirkel, dien elk van hun bevat; maakt desgelyks de fchuinfche I met de raaklyn T twee hoeken O en A, gelyk aan twee rechte, wier plaats zy beftaan: zy hebben dan te famen, en tot hunne geheele maat, de helft van den geheelen cirkel. Nu heeft de hoek A, die de fcherpe is, van de rechte verlooren het geene de ftompe O aangewonnen heeft. Vermits dan de rechte de helft van den halven cirkel, diert hy bevatte, tot zyne maat had, moet de fcherpe A de helft van den boog van het kleene cirkelftuk tot zyne maat Aa 2 heb-

Sluiten