Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

372 SCHOUWTOONEEI

mI^GZ' 5ebbe"; en de ftomPe ° de helft van Weeten- den boog van het groote cirkelftuk schap. t welk met den kleenen hoek den geheelen cirkel maakt: anderszins zouden die beide hoeken de helft van den cirkel met tot hunne maat hebben, gelyk de twee rechte, in welker plaats zy komen.

?an dcf P° hoek in of aan den omtrek,

onurck. 1<lS- 31 > of die met zynen top aan den omtrekt raakt, dien men ook noemt den hoek in den cirkel ingefchreeven, gelyk hier M is, heeft tot zyne maat de helft van den boog D, waar hy op ftaat: want de drie hoeken A, M, B, gemaakt op de raaklyn in a, beflaan de plaats van twee rechte, en hebben de helft van den omtrek tot hunne maat. Nu hebben , volgens het voorgaande voorftel, de hoeken der cirkelftukken A en B elk de helft van den boog, dien zy bevatten, tot hunne maat. Dan heeft de hoek M, die de hoek in den omtrek is, de helft van het overige van deni cirkel tot zyne maat, dat is, de helft van den boog D, waar hy op ftaat. Waar uit volgt dat ue hoek 122. De hoek in bet middenpunt aa,

Sluiten