Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

derNatuur, XUÏ. Onderh. 375

door den cirkel gaande, dien doorfnydt De Maaen 'er uitfteekt.

De hoekB, Fig. 35. gemaakt door eene pees C , en door het buicenfte deel van eene fnylyn d, heeft tot zyne maat de helft van den boog, die op de pees c ftaat, en de helft van den boog, die op de rest van de fnylyn d ftaar. Want de fcherpe A en de ftompe B zyn gelyk aan twee rechte, en hebben te famen de helft van den geheelen cirkel tot hunne maat. Nu heeft de hoek A, inden omtrek zynde, volgens het iai voorftel, de helft van den boog, waar hy op ftaat, tot zyne maat. Dan heeft de ftompe B de helft van al de rest tot zyne maat, dat is de helft van den boog c, die op de pees ftaat, en de helft van den boog d, die op het binnenfte deel van de fnylyn rust.

Hoewel men , als men de toppen van deeze en alle bedenkelyke hoeken in het middenpunt van een' getrokken cirkel brengt, hunne waarde, dat is, het getal hunner graaden, kan weeten; is het gemakkelyk alle nieuwe bewerr king te ontgaan, zoo veel het mogelyk is, doormiddel van eenige ftokregels, Aa 4 die

Sluiten