Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3§0 SCHOUWTOONEEL

j*Al«. „en rechten, volgens het 133 voor-

Weeten- "Cl.

schap. : 137. Als een driehoek gelykhoekig is, zyn zyne drie hoeken fcherp, en ftaan op eenen boog van 120 graaden, waarvan de helft of 60 graaden de maat van ieder is, Fig. 38: anders zouden zy niet gelyk zyn aan twee rechte, die te famen drie maal 60 of 180 graaden tot hunne maat hebben. Geiykbee- 138. Als een driehoek twee gelyke zyK1«e- den heeft, heet hy gelykbeenig, en heeft ook twee gelyke hoeken. Als men dan eenen zyner hoeken weet, weet men ze alledrie: want de beide andere vullen de maat van 180 graaden; en indien de hoek, dien gy kent, een van de gelyke is, kent gy dc andere, dan maakt de derde de 180 graaden vol: indien gy den ongelyken hoek weet, trekt men het getal zyner graaden van 180 af, en men deelt het overfchot in tween, om eiken gélyken hoek te vinden.

139. Indien een van de drie hoeken van den gelykbeenigen driehoek recht is, zyn de andere gelyk, fcherp, en elk van 45 graaden, wiens dubbel of 90, gevoegd by de 90 graaden van den

reen-

Sluiten