Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der Natuur,XIII. Onderh. 381

rechten hoek, de fomme van 180 graa- d*Ma* den vol maakt, waaraan de drie hoeken van alle driehoeken gelyk zyn,

^409Als men naar goeddunken ee-^f^ ne der zyden van eenen driehoek verlengt, als in Fig. 40, o c E, noemt men den hoek, door de verlengde zyde gemaakt, uitwendigen,c inwendigenof aangevoegden: de beide andere inwendigen heet men de tegenovergeftelden.

141. De uitwendige E, Fig. 40. is gelyk aan de twee tegenovergeftelde o en i; want de uitwendige E en de aangevoegde c maaken te famen twee rechte: maar volgens het 133 voorftel maaken de drie hoeken van den driehoek ook twee rechte: dan maakt de inwendige met den uitwendigen zoo veel als met de twee tegenovergeftelde : dan is de uitwendige gelyk aan de twee inwendige tegenovergeftelden.

142- Indien men alle driehoeken kan begrypen, als ingefchreeven in eenen cirkel, en met de toppen hunner hoeken den omtrek raakende, volgt dat de drie zyden van alle driehoeken zyn de drie peezen van drie boogen , die te

la-

Sluiten