Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

384 .SCHOUWTOONEËI,

De Alge- hoeken, leert hoe veel de twee andere WeTten. zvden moeten hellen op de vorige, of 6chap. hoe veele graaden zy moeten begrypen.

Gy zuk by gevolg dan weeten dat het geene, 't welk van 360 graaden overblyft, de grootte is van den boog, wiens pees gy aireede wist. Gy kunt dan ook terltond weeten in welk punt van den cirkel die beide nieuwe peezen moeten famenkomen. Gy zult dan de drie begeerde punten hebben, en met hun de kennis der drie boogen, der drie zyden en der drie hóeken.

146. Wel is waar, dat gy met de kennisfe der hoeken,en by gevolg der nette neiginge of hellinge der Üniën, vaardig uwe drie punten zult vinden, als gy op het papier of in het kleen op den grond werkt: maar hoe zal men zonder vergisfinge het nette punt der famenkomfte van twee liniën vinden op eenen grond van 5 of 6 honderd meetroeden ? Ten andere, kunt gy op den grond in uwe werkinge gedwarsboomd worden door een bosch, eene rivier, een moerassen meir of ecnigen anderen hinderpaal, die u verhindert in den toegang tot het punt, waarin de beide liniën zich

ver-

Sluiten